Week 31 - Next Level nieuwsflits

GEEN OF LAGERE TRANSITIEVERGOEDING VOOR BBL-LEERLING!

Een werkgever is bij het einde van de arbeidsovereenkomst een transitievergoeding verschuldigd wanneer dit op zijn initiatief eindigt of niet wordt verlengd. De hoogte van de transitievergoeding is per gewerkt jaar gelijk aan een derde maandsalaris van de werknemer. Gelden deze regels ook voor beroepsbegeleidende leerweg(BBL)-leerlingen?

De BBL-leerling
De BBL-leerling volgt een opleiding in het kader van de Wet educatie en beroepsonderwijs. Gedurende deze opleiding combineert de leerling-werknemer het werken en leren. Tussen leerling-werknemer en werkgever wordt een leerarbeidsovereenkomst gesloten. Het is belangrijk om in deze leerarbeidsovereenkomst op te nemen dat de leerarbeidsovereenkomst wordt aangegaan in het kader van de Wet educatie en beroepsonderwijs. Voordeel hiervan is namelijk dat leerarbeidsovereenkomsten niet meetellen in de ketenregeling. Dit geeft werkgever de mogelijkheid om na de opleiding van de leerling-werknemer, deze op grond van een tijdelijke arbeidsovereenkomst in dienst te nemen. Voor de rest gelden voor de leerarbeidsovereenkomst alle ‘normale’ arbeidsrechtelijke regels.

De transitievergoeding
Een transitievergoeding is niet verschuldigd indien de werknemer of leerling-werknemer bij het einde van de arbeidsovereenkomst nog geen 18 jaar is én gemiddeld niet meer dan 12 uur per week heeft gewerkt. Dit komt bij een BBL vrijwel nooit voor. Een leerling-werknemer heeft dus ook recht op een transitievergoeding indien de leerarbeidsovereenkomst na afronding van die opleiding, of na tussentijdse beëindiging van die opleiding niet (of met een tussenpoos van meer dan zes maanden) wordt voortgezet.

Maar…
Het is mogelijk om de inzetbaarheidskosten die in verband met de opleiding van leerling-werknemer zijn gemaakt in mindering te brengen op de transitievergoeding. Dit is alleen mogelijk indien de leerarbeidsovereenkomst is aangegaan in het kader van BBL én het dienstverband niet binnen zes maanden wordt voorgezet. De werkgever heeft géén instemming van de vertrekkende leerling-werknemer nodig.

Het in mindering brengen van de opleidingskosten kan als gevolg hebben dat er geen vergoeding verschuldigd is. Dit is het geval indien de opleidingskosten het bedrag van de transitievergoeding overstijgen. Relevant is dat alleen de opleidingskosten in mindering gebracht kunnen worden op het deel van de transitievergoeding dat is opgebouwd in de periode waarin de opleiding werd gevolgd. 

Voorbeelden van inzetbaarheidskosten zijn het collegegeld, kosten van begeleiding van de leerling en de kosten voor werkkleding, materialen en studiemateriaal. Let op: alleen kosten die door werkgever zijn betaald komen voor verrekening in aanmerking.

Heb jij vragen over het in mindering brengen van inzetbaarheidskosten bij leerling-werknemers? Of ben jij benieuwd naar de mogelijkheden over het in mindering brengen van inzetbaarheidskosten bij werknemers? Neem dan contact op met de helpdesk van Factor Arbeid via 040 – 255 33 77 of Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..