Rouw,- en verliesverwerking op de werkvloer

Helaas krijgt iedere medewerker wel eens te maken met verlies of veranderingen die vanuit het privéleven worden meegenomen naar het werk. Vaak wordt alleen gedacht aan een overlijden maar denk hierbij ook aan een scheiding, het verlies van een goede relatie, de ontdekking van een ernstige ziekte in het gezin of een verminderende gezondheid. Verlies en rouw kunnen echter ook gekoppeld worden aan verandering in de werksituatie. Bijvoorbeeld door een wijziging in de organisatie, een reorganisatie, verandering van werkplek, demotie of promotie. Rouwen, verliesverwerking en omgaan met een ingrijpende verandering zijn zwaar en kosten veel energie.

Tijd, geduld en begrip zijn de sleutelwoorden voor het omgaan met rouwverwerking op de werkvloer. Vaak is er geen handboek of protocol waarin staat hoe je hier als werkgever mee moet omgaan. Laat staan een stappenplan dat omschrijft hoe te handelen als bijvoorbeeld een medewerker een betekenisvol persoon heeft verloren en nog op de werkvloer aanwezig is. Of een collega die veel moeite heeft met het vertrek van collega’s binnen het team door een reorganisatie. Wat kan en moet je als werkgever doen om de medewerker hier zo goed mogelijk bij te ondersteunen?

Het is cruciaal om rouw op de werkvloer bij werknemers te herkennen en te begeleiden. Wanneer je weet in welke fase van rouw de medewerker zit, kun je als werkgever gepaste acties ondernemen. Bij onvoldoende steun en begeleiding op de werkvloer duurt een rouwperiode alleen maar langer en kan de medewerker te maken krijgen met extra mentale- en fysieke klachten en druk. Dit levert uiteindelijk meer druk op voor collega’s waardoor de productie- en/of het arbeidsproces binnen de organisatie schade op kan lopen. Dus hoe beter de begeleiding vanuit de werkgever, hoe sneller de draaglast en de draagkracht van de werknemer weer in balans komen. Daardoor kan sneller sprake zijn van herstel.

Niet iedere medewerker zal het aandurven om hierover in gesprek te gaan met zijn of haar leidinggevende. Daarom is het belangrijk dat je als werkgever in gesprek bent én blijft met de rouwende medewerker. Praat over de specifieke rouwsituatie, luister, geef de medewerker ruimte en laat merken dat je er voor hem of haar bent. Aanhoudende klachten kunnen zorgen voor een lagere productiviteit of het maken van fouten bij het uitvoeren van eigen werkzaamheden. Misschien is het mogelijk om de medewerker tijdelijk minder complexe taken te laten uitvoeren. Daarnaast is het mogelijk om tijdelijk de arbeidstijd of de werkplek van de medewerker aan te passen om hem of haar te ontlasten. Het is de kunst om niet alleen de rouwende in de gaten te houden, maar ook de directe arbeidsomgeving. Het rouwproces heeft namelijk ook invloed op collega’s, zeker als er sprake is van (intensieve) directe samenwerking. Het goed in de gaten houden en sturen op de wisselwerking tussen de rouwende medewerker en zijn of haar collega’s, zorgt voor het behoud van een prettige werksfeer en vergoot de kans op goede verliesverwerking.

Er zijn regelingen die kunnen worden gebruikt in het geval van ziekte of sterven van een naaste, zoals het calamiteitenverlof, ander kort verzuimverlof en kort-of langdurend zorgverlof. Deze vormen van verlof zijn geregeld in de Wet Arbeid en Zorg (WAZO) waar men op terug kan vallen.  Echter, er is wettelijk niets geregeld als het gaat om rouwverlof. Je moet dit onderling met elkaar organiseren of de richtlijnen zoals opgenomen in de CAO hanteren. Maar als je rouwverlof als werkgever zelf wilt regelen, stel jezelf dan eens de volgende vragen: Geldt het rouwverlof alleen bij overlijden of ook in andere situaties? Is het opnemen van rouwverlof betaald, onbetaald of gedeeltelijk betaald? Hoe lang kan men rouwverlof opnemen en op welk moment mag dit?

Heb je vragen over rouwverwerking op de werkvloer? Of wil je sparren over een lopende case? Neem dan contact met ons op via 040 255 33 77 of mail naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. We gaan graag hierover met je in gesprek.